Gewoon een mooi gedicht…
Stralen als de zon
Onze diepste angst is niet, dat we onmachtig zouden zijn.
Onze diepste angst betreft juist onze niet te meten kracht.
Niet de duisternis, maar het licht in ons is, wat we het meeste vrezen.
We vragen onszelf af: ‘Wie ben ik wel, om mezelf briljant, schitterend,
Begaafd, geweldig te achten?
Maar waarom zou je dat niet zijn?
Je bent immers een kind van God!
Je dient de wereld er niet mee, door jezelf klein te houden.
Er wordt geen licht verspreid, als de mensen om je heen
hun zekerheid ontlenen aan jouw kleinheid.
We zijn echter bestemd, om te stralen, zoals kinderen dat doen.
We zijn geboren om de glorie Gods, die in ons is gekomen door de hergeboorte
te openbaren.
Die glorie is niet slechts in enkelen, maar in ieder kind van God aanwezig.
En als we ons licht laten schijnen, schept dat voor de ander de mogelijkheid hetzelfde te doen.
Als we van onze diepste angst bevrijd zijn, zal alleen onze nabijheid
Anderen op een of andere wijze bevrijden.
Nelson Mandela (1994)
Eric Leijenaar (eindredacteur van Uitdaging): “Bonda’s boek verdient het om door iedere evangelische christen gelezen te worden”
Mooier kan ik het zelf niet zeggen. Natuurlijk zijn ook reformatorische christenen van harte uitgenodigd het boek van Jan Bonda te lezen. Lees voor jezelf het complete artikel in de vernieuwde Uitdaging van februari 2011 (blz. 23). Het is goed om te merken dat er voor het gedachtengoed van Evangelisch Universalisme meer voedingsbodem komt in christelijk Nederland.
Wat ds. Jan Bonda in zijn boek ‘het ene doel van God’ doet is vanuit de Bijbel aantonen dat de leer van de eindeloze straf zeker niet ‘in de Bijbel’ staat, maar veel meer voortkomt vanuit het lezen van de Bijbel door de bril van een door Augustinus geïnspireerde vervangingsleer. In deze leer wordt Israël door God in de prullenbak gegooid (niet recyclebaar) en vervangen door ‘Kerk’. Als God zo met Zijn kinderen om gaat is het de vraag hoelang het nog duurt voordat de ‘Kerk’ in Gods prullenbak beland. Na de Tweede Wereldoorlog zijn steeds meer christenen teruggekomen van deze vervangingsleer en de Bijbel met andere ogen gaan lezen. Het resultaat is dat God van karakter is veranderd (of beter gezegd ‘terugveranderd’). Hij laat echt niet varen wat Zijn hand begon. Hij zal Israël nooit weggooien maar juist herstellen, zich opnieuw ontfermen. Met Israël tot Zijn doel komen. Dit geeft hoop voor de andere volken, hoop voor de totale schepping. Dit perspectief schildert Jan Bonda vanuit de Bijbel op een schitterende manier in zijn boek. Lezen dus!
(zie voor meer info over het boek van Bonda: www.inperspectief.com)
Eric Leijenaar (eindredacteur van Uitdaging): “Bonda’s boek verdient het om door iedere evangelische christen gelezen te wordenâ€
Mooier kan ik het zelf niet zeggen. Natuurlijk zijn ook reformatorische christenen van harte uitgenodigd het boek van Jan Bonda te lezen. Lees voor jezelf het complete artikel in de vernieuwde Uitdaging van februari 2011 (blz. 23). Het is goed om te merken dat er voor het gedachtengoed van Evangelisch Universalisme meer voedingsbodem komt in christelijk Nederland.
Wat ds. Jan Bonda in zijn boek ‘het ene doel van God’ doet is vanuit de Bijbel aantonen dat de leer van de eindeloze straf zeker niet ‘in de Bijbel’ staat, maar veel meer voortkomt vanuit het lezen van de Bijbel door de bril van een door Augustinus geïnspireerde vervangingsleer. In deze leer wordt Israël door God in de prullenbak gegooid (niet recyclebaar) en vervangen door ‘Kerk’. Als God zo met Zijn kinderen om gaat is het de vraag hoelang het nog duurt voordat de ‘Kerk’ in Gods prullenbak beland. Na de Tweede Wereldoorlog zijn steeds meer christenen teruggekomen van deze vervangingsleer en de Bijbel met andere ogen gaan lezen. Het resultaat is dat God van karakter is veranderd (of beter gezegd ‘terugveranderd’). Hij laat echt niet varen wat Zijn hand begon. Hij zal Israël nooit weggooien maar juist herstellen, zich opnieuw ontfermen. Met Israël tot Zijn doel komen. Dit geeft hoop voor de andere volken, hoop voor de totale schepping. Dit perspectief schildert Jan Bonda vanuit de Bijbel op een schitterende manier in zijn boek. Lezen dus!
(zie voor meer info over het boek van Bonda: www.inperspectief.com)
De brandstapels mogen afgebroken worden!
In zijn nieuwe boek ‘Vijf nijlpaarden in het kippenhok’, een boek over vijf brandende onderwerpen waarover christenen verdeeld zijn, doet de heer Willem Ouweneel een aantal opmerkelijke uitspraken. Het doel van het boek is volgens het commentaar van Uitdaging: ‘begrip kweken voor andersdenkenden’. Ouweneel zelf zegt het zo: ‘Je hoeft het niet met een ander eens te zijn om toch respect voor hem/haar te hebben, als je inziet dat het ook die ander er serieus om gaat de Bijbel goed te begrijpen en uit te leggen. Verketter de ander niet, maar aanvaard hem/haar als een broeder/zuster in Christus, ook al ben je het op bepaalde punten totaal oneens met hem/haar’.
Maar is dit dan geen relativisme? Het gaat er toch om wat de Bijbel leert! Toch komt Ouweneel niet uit bij relativisme. Hij maakt een onderscheid tussen de Bijbel als het geïnspireerde en gezaghebbende Woord van God en onze uitleg van het Woord. Het Woord zelf is absoluut, onze uitleg ervan beperkt/relatief. Een heel terecht onderscheid. Ons kennen blijft ten slotte ten dele. Met elkaar proberen we zo goed mogelijk de Bijbel te lezen en uit te leggen voor ons 21e eeuwers.
Maar nu wordt het spannend. In hoofdstuk 6 zet Ouweneel drie standpunten m.b.t. de hel naast elkaar:
- Standpunt 1 : de uiteindelijke verzoening van alle mensen
- Standpunt 2: de uiteindelijke vernietiging van goddelozen
- Standpunt 3: de eeuwige verlorenheid/pijniging van goddelozen
Ouweneel poogt de drie standpunten objectief weer te geven. Doel: een aanhanger van de desbetreffende visie moet zichzelf erin herkennen. Als ervaringsdeskundige moet ik zeggen dit is bij het eerste standpunt in ieder geval gelukt!
Het eerste standpunt, in de volksmond ‘alverzoening’ genoemd, ik spreek liever over evangelisch universalisme, werd in het verleden door Ouweneel betiteld als; ‘één van de meest ernstige onbijbelse leringen waardoor de christelijke leer bedreigd wordt”. Nu in 2011 is hij van deze uitspraak volledig teruggekomen. (wijsheid komt met de jaren!) Evangelisch universalisme wordt door Ouweneel niet langer beschouwd als een bedreiging, het bevindt zich ‘binnen de grenzen van het orthodoxe (=bijbelgetrouwe) christendom’. (zie blz. 88). Hij schrijft er wel bij dat dit voor sommige aanhangers van het derde standpunt wel even slikken is. In het citaat boven de weblog heb je al kunnen lezen dat Ouweneel nog een klein stapje verder gaat. Standpunt 1 heeft in zijn ogen ‘sterke argumenten’.
Ik wil hierbij de heer Ouweneel oprecht een groot compliment maken. Niets is moeilijker dan als bekend christelijk icoon van mening veranderen, en dan nog op zo’n wezenlijk punt. Waar de hardliners van beide zijden de neiging hebben te vechten om elke punt en komma. Ik hoop van harte dat dit boek mede mag bijdragen aan een brede herbezinning in christelijk Nederland op het punt van de toekomstverwachting van de nakomelingen van Adam en Eva. Waarbij ik natuurlijk hoop dat standpunt 1 het zal gaan winnen!
De alverzoeningsleer is momenteel flink in opmars en maakt grote indruk op veel mensen, doordat niet te ontkennen valt dat ze met sterke argumenten komt en tevens aansluit bij de ideeën die veel mensen hebben over de liefde, rechtvaardigheid, wijsheid en genade van God.
Dr. Willem J. Ouweneel (in: Vijf nijlpaarden in het kippenhok, nieuwe brandende onderwerpen waarover christenen verdeeld zijn, 2011, blz. 91)
Roel Kuiper als profeet!
De lijsttrekker voor de ChristenUnie in de Eerst Kamer, Roel Kuiper, heeft in de Trouw van maandag 21 februari profetische uitspraken gedaan! Deze uitspraken passen heel goed in de komende nationale theologische herbezinning over de wortels van ons christelijk denken. In een interview op de website van de Trouw verklaart hij: “De democratische rechtsstaat gaat over wetgeving, waarin sprake is van genade, herstel en verzoening. Wij gaan niet uit van oog om oog, tand om tand. Onze rechtspraak past het recht toe maar weet tegelijkertijd dat er weer verzoening moet plaatsvinden. Dit soort vanzelfsprekendheden heeft zijn wortels in het christelijk denken.”
Hier geeft senator Kuiper op mooie wijze het Bijbelse principe weer van een God die alles recht zet, om Zich vervolgens met alles/iedereen te verzoenen. (een mooie definitie van Evangelisch Universalisme!) Volgens Roel heeft dit principe zijn wortels in het christelijk denken. Helemaal mee eens. Verzoening heeft in het christelijk denken altijd het laatste woord. Denk bijvoorbeeld maar aan die prachtige uitspraak in Coll. 1: “Want in Hem heeft het behaagd woning te maken en door Hem alles met zich te verzoenen, vrede stichtend door zijn bloed aan het kruis, door hem, hetzij alles op de aarde, hetzij alles in de hemel. Ook u”. (vers 19-20)
Waar is God (deel 2)
In deel twee neemt de student het iniatief over:
Student: Professor, is er zoiets als hitte?
Prof: Ja
Student: En is er zoiets als kou?
Prof: Ja
Student: Nee meneer. Dit bestaat niet. (De collegezaal wordt zeer stil door deze verandering in het gesprek)
Student: Meneer, u kent veel warmte, nog meer warmte, oververhitting, mega hitte, gewone warmte, een beetje warmte of geen hitte. Maar we kunnen iets niet koud noemen. We kunnen tot 273,15 graden onder nul komen, waar geen warmte is, maar verder kunnen we niet komen. Er bestaat niet zoiets als kou. Kou is slechts een woord dat we gebruiken voor het ontbreken van warmte. Wij kunnen kou niet meten. Warmte is energie. Kou is niet het tegenovergestelde van hitte, meneer, maar het ontbreken ervan. (Het is doodstil in de collegezaal)
Student: Hoe zit het met donkerte, professor? Is er zoiets als duisternis?
Prof: Ja. Wat is de nacht als er geen duisternis is?
Student: U hebt het weer verkeerd, meneer. Duisternis is de afwezigheid van licht. Er kan weinig licht, normaal licht, fel licht, knipperlicht zijn… Maar als er constant geen licht is, het is helemaal afwezig, dan kan men dit duisternis noemen, nietwaar? In werkelijkheid bestaat er niet iets als donker, want als dat wel zo was, dan zou u de duisternis donkerder kunnen maken, nietwaar?
Prof: Zou je dit punt opnieuw kunnen formuleren, jongeman?
Student: Meneer, mijn punt is dat uw filosofische veronderstelling onjuist is.
Prof: Onjuist? Kun je uitleggen waarom?
Student: Meneer, u neemt aan dat er een dualiteit is. U zegt dat er leven is en dus is er ook dood, er is een goede God en een slechte God. U neemt het begrip ‘God’ waar als iets eindigs, iets dat we kunnen meten. Meneer, de wetenschap kan niet eens een gedachte uitleggen. Het maakt gebruik van elektriciteit en magnetisme, maar heeft deze beiden nog nooit gezien en zelfs nog niet ten volle begrepen. Men kan de dood niet als het tegenovergestelde van het leven zien, zolang men er onwetend van is of de dood werkelijk bestaat. De dood is niet het tegenovergestelde van het leven: alleen het ontbreken ervan. Vertel me, professor, leert u uw studenten niet dat zij zich hebben ontwikkeld van een aap?
Prof: Als je verwijst naar het natuurlijke evolutionaire proces, ja natuurlijk, dat doe ik.
Student: Hebt u ooit de evolutie met uw eigen ogen waargenomen, meneer?
(De docent schudt glimlachend zijn hoofd en begint het argument te doorzien.)
Student: Aangezien niemand ooit heeft waargenomen hoe het proces van evolutie werkt en zelfs niet kan bewijzen dat dit proces werkelijk bestaat, kan men deze mening eigenlijk niet onderwijzen, meneer. Bent u dan eigenlijk niet meer een predikant dan een wetenschapper? (De collegezaal is in opschudding.)
Student: Is er iemand hier die ooit het brein van de professor heeft gezien?
(De collegezaal barst in lachen uit)
Student: Is er iemand die ooit de hersenen van de professor heeft gehoord, gevoeld, aangeraakt of geroken?… Niemand lijkt dit te hebben gedaan. Dus, volgens de gebruikelijke regels van algemeen, stabiel en aantoonbaar protocol, zegt de wetenschap dat u geen hersens hebt, meneer. Met alle respect, hoe kunnen we uw lezingen dan nog vertrouwen meneer? (De zaal is stil. De professor kijkt naar de student, zijn gezicht ondoorgrondelijk.)
Prof: Ik denk dat je dit zult moeten aannemen op je geloof erin, zoon.
Student: Dat is het meneer… De link tussen mens en God is vertrouwen. Dat is alles wat er is in wat beweegt en leeft.
(Deze student was Albert Einstein)
Waar is God?
Een interessante waargebeurde discussie tussen docent en leerling. Een atheïstische professor in de filosofie spreekt tot zijn studenten over de problemen die de wetenschap heeft met God, de almachtige. Hij vraagt een van zijn nieuwe studenten op te staan en…
Prof: Dus je gelooft in God?
Student: Jazeker, meneer.
Prof: Is God goed?
Student: Zeker.
Prof: Is God almachtig?
Student: Ja.
Prof: Mijn broer stierf aan kanker, hoewel hij tot God heeft gebeden hem te genezen. De meesten van ons zouden proberen om anderen te helpen die ziek zijn. Maar God deed dat niet. Hoe is dit goed dan, hm? (student zwijgt)
Prof: Je kan niet antwoorden, nietwaar? Laten we opnieuw beginnen, jongen. Is God goed?
Student: Ja
Prof: Is satan goed?
Student: Nee.
Prof: Waar komt dan de satan vandaan?
Student: Van…God.
Prof: Dat klopt. Vertel me zoon, is er kwaad in de wereld?
Student: Ja
Prof: Het kwaad is overal, nietwaar? En God deed alles. Correct?
Student: Ja
Prof: Dus wie heeft het kwaad gemaakt? (Student geeft daar geen antwoord op)
Prof: Zijn er ziektes? Immoraliteit? Haat? Lelijkheid? Al deze vreselijke dingen in de wereld, zijn die er?
Student: Ja, meneer.
Prof: Dus, wie heeft dat alles geschapen? (Student geeft geen antwoord)
Prof: De wetenschap zegt dat je 5 zintuigen gebruikt om iets vast te stellen en de wereld om je heen te observeren. Vertel me jongen… Heb je ooit God gezien?
Student: Nee, meneer.
Prof: Vertel het ons, heb je ooit God gehoord?
Student: Nee, meneer.
Prof: Heb je ooit God gevoelt, geproefd of geroken? Heb je ooit enige zintuigelijke waarneming van God gehad?
Student: Nee, meneer. Ik ben bang dat ik dat niet heb gehad.
Prof: Maar je gelooft nog steeds in Hem?
Student: Ja.
Prof: Volgens een algemeen, testbaar en aantoonbaar protocol zegt de wetenschap dat God niet bestaat. Wat zeg je daarvan, jongen!
Student: Niets. Ik heb alleen mijn geloof.
Prof: Ja, vertrouwen. En dat is het probleem voor de wetenschap.
In de volgende weblog volgt deel 2 van deze waargebeurde discussie, hierin neemt de student het initiatief over en ondervraagt de professor. Ik zal je alvast het geheim verklappen over de identiteit van de student. Zijn naam is…… ALBERT EINSTEIN.
